Parallel aan de BK-podcast ‘Het kan ook anders’, schrijf ik korte essays over onderwerpen die me opvallen in de reeks. Het onderstaande essay ‘Chaos is in orde’ is het vierde in een serie van acht. Alle tot nu toe verschenen essays zijn te vinden op de ‘podcastpagina’ van BK-informatie.
Onverwachte en heftige kantelpunten in het leven en in de beroepspraktijk van kunstenaars, kunnen tot chaos leiden. In de objectieve werkelijkheid – bijvoorbeeld bij een brand in het atelier – of in het hoofd, bijvoorbeeld bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen die een sterke invloed hebben op het dagelijks functioneren. Leven en werk kunnen tijdelijk zó chaotisch worden dat niets meer is wat het was. Het lijkt alsof alles opnieuw uitgevonden moet worden.
Wat is chaos?
Het woord ‘chaos’ komt uit het Oudgrieks: χάος (cháos). Oorspronkelijk betekende cháos ‘gapende leegte’, ‘kloof’ of ‘open ruimte’. Het woord is verwant aan het werkwoord χαίνειν (chaínein), wat zoveel betekent als gapen, openstaan. Chaos verwees niet naar een puinhoop, maar eerder naar een lege ruimte waaruit orde kon ontstaan, een oerleegte. In de Griekse mythologie werd ‘chaos’ gezien als het allereerste wat bestond, een vormeloze oertoestand. Pas later, via het Latijn en de Middeleeuwen, kreeg het woord de betekenis die we nu kennen: wanorde, verwarring, onoverzichtelijkheid.
Chaos verwees niet naar een puinhoop, maar eerder naar een lege ruimte waaruit orde kon ontstaan, een oerleegte.
Toch kan, in sommige gevallen en meestal achteraf, chaos nog steeds een oorsprong van iets nieuws blij ken, een leegte waaruit een nieuwe orde ontstaat. De moderne betekenis schuift dan ook vaak genoeg verrassend dicht tegen χάος aan: geen vaste vorm, geen stabiele orde, maar wél de ruimte waarin vormen ontstaan.
In verschillende contexten wordt op verschillende manieren naar de betekenis van chaos gekeken. In professionele en maatschappelijke contexten wordt chaos geassocieerd met gebrek aan structuur en wanorde. In de filosofie wordt chaos niet alleen gezien als wanorde, maar meer als een fundamenteel principe dat aan de basis ligt van bestaan en verandering. De chaostheorie uit de natuurwetenschappen laat zien dat ook systemen die volgens vaste regels werken, onvoorspelbaar kunnen zijn. De negentiende-eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche zag chaos als een noodzakelijke bron van creativiteit en vernieuwing. In postmoderne en oosterse denktradities, zoals bij de Franse filosoof Gilles Deleuze en het taoïsme, wordt chaos opgevat als een dynamische en natuurlijke staat.
Creatieve processen profiteren van situaties waarin voorspelbaarheid ontbreekt
In de zojuist genoemde chaostheorie wordt chaos niet opgevat als louter wanorde, maar als een voorstadium van een nieuwe ordening: een kleine verandering kan leiden tot onvoorspelbaar gedrag, waarbij uiteindelijk toch een herkenbare orde ontstaat. Chaos is dan de overgangszone tussen oude en nieuwe systemen. Een chaotische fase kan helpen om onzichtbare aannames en inefficiënties bloot te leggen, door het tijdelijk loslaten van orde ontstaat ruimte voor heroriëntatie. Creatieve processen profiteren van situaties waarin voorspelbaarheid ontbreekt en waarin chaos onverwachte combinaties en nieuwe probleemstellingen genereert. Chaos dwingt tot improvisatie en maakt zichtbaar waar veerkracht tekortschiet.
Chaos en de kunstenaar
Voor veel kunstenaars fungeert chaos, bewust of onbewust, als startpunt van onderzoek. Ongeordend beeldmateriaal, intuïtieve schetsen of experimenten zonder vooraf vastgestelde richting kunnen leiden tot onverwachte inzichten. Chaos opent het proces en vermindert de druk om tot directe beslissingen te komen. Het atelier is vaak een plek waar orde en chaos naast elkaar bestaan. Door chaos toe te laten, kan stilstand worden doorbroken: chaos als tegenkracht tegen automatisme.
Chaos kan, naast een ontregelende, ook een positieve kracht zijn
Maar chaos kan zich ook onaangekondigd aandienen. Wanneer een beeldend kunstenaar terechtkomt in een kantelpunt in diens carrière en vervolgens in een periode van chaos, begint er niet alleen een periode van ontregeling, maar ook een van fundamentele ‘heronderhandeling’ met de werkelijkheid. Chaos is dan niet alleen een verstoring van orde, maar ook een toestand waarin oude zekerheden hun vanzelfsprekendheid verliezen en nieuwe nog geen vorm hebben gekregen. In die tussenruimte kan je worden teruggeworpen op de kern van het maken zelf: niet als productie van betekenis, maar als onderzoek naar wat betekenis kan zijn.
Chaos kan, naast een ontregelende, ook een positieve kracht zijn. Een kracht die oude structuren doorbreekt, aanpassing op den duur mogelijk maakt en een nieuwe orde schept. Met andere woorden: chaos is in orde.
